19-07-2025 | Om de stad voor te bereiden op de toekomst, ontwikkelde de gemeente de Netwerkstrategie 2040. Daarin staat hoe de gemeente de stad wil inrichten voor verkeer en vervoer. Hoe ontstond dit plan? Hidde is adviseur stedelijke netwerken bij de afdeling Mobiliteit van de gemeente en kan daar meer over vertellen.

Video thumbnail

Na de zomer stemt de gemeenteraad over de Netwerkstrategie. Het doel van de netwerkstrategie is dat er in 2040 behalve voor verkeer en vervoer óók ruimte is voor woningen, scholen en bedrijven, sport en spel en voor groen. Om te bekijken hoe dat kan, gebruikten Hidde en zijn collega’s uit het kernteam een verkeersmodel. Dat is een computerprogramma dat inzicht geeft in hoe de verschillende verkeersstromen zich in stad kunnen ontwikkelen.

Scenario’s

Om goed te kunnen kijken wat de mogelijkheden waren, bedacht het team verschillende scenario’s, vertelt Hidde. “Bijvoorbeeld door te bouwen woningen in een systeem in te voeren in het verkeersmodel.  Wat is het effect op de drukte op de weg? Waar het in de stad wordt het dan drukker? En wat gebeurt er als we op bepaalde routes zorgen voor sneller openbaar vervoer, of juist bredere fietspaden? Voorbeelden van wat we hebben ingevoerd zijn een fietsring om de binnenstad heen, om voetgangers meer ruimte te geven. En beter openbaar vervoer naar Zuidwest en de kust.”

Experts en denktank

In het kernteam dat de scenario’s maakte, zaten experts met verschillende disciplines: openbare ruimte, openbaar, stedenbouw, fiets, verkeerslichten. En ook werden de inzichten meegenomen van een externe denktank. Daarin zaten vertegenwoordigers van onder meer de Fietsersbond en Prorail, maar ook de ANWB, buurgemeentes, nood- en hulpdiensten en partners uit het bedrijfsleven. De Economic Board The Hague keek naar het economisch belang van de stad.

In de scenario’s hielden de verkeerskundigen rekening met allerlei gegevens. “We keken naar de doelen die de gemeente heeft vastgesteld voor mobiliteit van de toekomst. Dus het verkeersnetwerk moest veilig, betaalbaar en ruimte-efficient zijn én goed functioneren. Ook moet de stad goed verbonden blijven met de regio.

Inzicht in het effect

Het model gaf inzicht wat het effect van maatregelen zou zijn op de wegen en de andere vormen van vervoer. “De verschillende vormen van verkeer communiceren met elkaar. Als een plek bijvoorbeeld beter bereikbaar wordt met openbaar vervoer, zie je in het model dat het autoverkeer afneemt. Waar veel verkeer rijdt, laat het model dikkere lijnen zien op de kaart. Ook andere dingen zijn eruit af te lezen. De snelheid. Hoe groot het fietsgebruik is. Waar knelpunten ontstaan. Belangrijk om te noemen is wel dat het verkeersmodel een hulpmiddel is en ook beperkingen heeft. Kennis van de stad is nodig om de uitkomsten te interpreteren, daarom hebben we juist ook met verschillende disciplines hieraan gewerkt. ”

De volgende stap was: een voorkeursnetwerk maken. Uit de scenario’s selecteerde het team elementen die het best scoorden op de doelen die de gemeente heeft. “Die elementen lieten we opnieuw doorrekenen door het verkeersmodel en met die gegevens hebben we het voorkeursnetwerk samengesteld. Wie de auto echt nodig heeft, kan die blijven gebruiken, maar in het netwerk is de rol van de auto wel minder groot dan hij nu is. Anders zouden we op alle wegen vast komen te staan. Voetgangers en openbaar vervoer nemen nu eenmaal veel minder ruimte in. Daardoor kunnen we met dit netwerk de verwachte groei van de stad opvangen.”

Reacties van inwoners

Inwoners konden  tot 31 maart 2025 reageren op het voorkeursnetwerk. Er kwamen 52 reacties op. Het kernteam verwerkt antwoorden daarop in de Nota van Beantwoording. Vervolgens krijgt het college van Burgemeester en Wethouders een nieuwe versie van de netwerkstrategie. Dat gaat naar de gemeenteraad. Als de raad instemt met het netwerk wordt het concreet. “Dan kunnen we een uitvoeringsprogramma gaan maken,” legt Hidde uit. “Daarin staat dan welke projecten nodig zijn om het netwerk te bouwen. Eigenlijk begint het dan pas echt.”