09-02-2026 | De gemeente bedacht een nieuw verkeersnetwerk dat past bij de groei van de stad. Met meer ruimte voor voetganger en fiets, beter en sneller openbaar vervoer en een goed autonetwerk. Adviseur mobiliteit Hidde legt uit waarom dat nodig is.

“In 2008 reed er nog autoverkeer dwars door de binnenstad,” herinnert Hidde zich. In de ruim 18 jaar dat hij in de gemeente woont, zag hij het verkeer in de stad veranderen. Intussen maakten de auto’s in de binnenstad plaats voor fietsers en voetgangers. “Maar omdat de stad is blijven groeien, zie je dat ook terug in het aantal fietsers en voetgangers. Kijk maar eens naar de fietspaden. Op sommige plekken zijn nu fietsfiles, die had je vroeger echt niet. In de binnenstad zie je dat nu fietsers en voetgangers elkaar op drukke momenten in de weg zitten, bijvoorbeeld op de Grote Marktstraat.”

En niet alleen komen er meer fietsers. Ook in het openbaar vervoer wordt het drukker, merkt Hidde: “De Randstadrail is heel succesvol, maar dat heeft ook een keerzijde. Gisteren nog, moest ik er eentje voorbij laten gaan, want hij zat zo vol dat ik er niet meer bij paste.”

Hidde merkt niet alleen als inwoner dat het de afgelopen jaren drukker wordt in het verkeer. In zijn werk, als adviseur mobiliteit stedelijke netwerken, kijkt hij iedere dag naar hoe de vervoersstromen in de stad lopen. Vanuit verkeerskundig oogpunt is Den Haag bijzonder. Het is de meest dichtstbevolkte stad van het land. Tegelijkertijd is het autobezit hier hoger dan in andere grote steden, terwijl de straten smaller zijn. Maar het grootste verschil met andere grote steden is dat de stad aan zee ligt. Dit betekent dat de snelwegen maar via 1 kant van de stad te bereiken zijn. Daardoor is het autoverkeer niet netjes verspreid over de hele stad en zijn sommige straten extra druk.

Doordat de stad de laatste jaren zo is gegroeid, kwamen er nóg meer verkeerskundige vraagstukken bij. We registreren bijvoorbeeld de afgelopen 5 jaar meer verkeersongevallen, want meer drukte betekent meer risico. “Daar maken we ons zorgen over,” zegt Hidde. “De stad blijft groeien, dus we moeten echt meer gaan doen om beter om te gaan met de drukte op straat. Een van de dingen die wij hier als oplossing zien, is de snelheid uit het verkeer halen. Bij een snelheid van 30 kilometer per uur zijn er minder aanrijdingen en zijn de gevolgen van een aanrijding minder ernstig dan bij 50 kilometer per uur. Daar heeft de gemeente al een begin mee gemaakt[MS5] . In de toekomst zal dat nog meer worden.”  Meer 30 kilometer per uur betekent ook dat het veiliger en aantrekkelijker wordt om zelf te lopen en te fietsen in de stad, dit vermindert ook het afhankelijk zijn van iemand met auto. Denk hierbij aan kinderen die zelfstandig naar school of sportclub kunnen fietsen of ouderen die een veilige route hebben naar een tramhalte. Een groot effect op de reistijd van automobilisten verwacht Hidde niet. “De gemiddelde snelheid in de stad ligt al lager dan 30 kilometer per uur doordat je nu vaak moet afremmen bij verkeerslichten, rotondes of zebrapaden. De laatste kilometer van een autorit naar huis duurt in de toekomst dan een paar seconden langer. In Amsterdam ging het na invoering om 30 seconden op een gemiddelde autorit door de stad.”

De groei van de stad zorgt ervoor dat als er voor 2040 niets verandert, de ruimte die het verkeer inneemt groeit met 20 procent. Maar die ruimte is er niet, waardoor het verkeer vast zal komen te staan. De gemeente neemt daarom nu al maatregelen, zoals het aanleggen van betere fietsroutes en ov-verbindingen zoals de Vlietlijn en straten 30 kilometer maken.

Niet alleen voor verkeer en vervoer is meer ruimte nodig: inwoners van de stad hebben meer wensen. Bomen bijvoorbeeld. Dat blijkt uit gesprekken die de gemeente voerde met inwoners voor de omgevingsvisie. Uit straatinterviews en uit projecten waarin bewoners mochten meedenken over de ontwikkeling van straten. “Mensen vinden bomen even belangrijk als parkeerplaatsen. Ze willen ruimte om elkaar te ontmoeten en ontspannen.” Ook de gemeente vindt extra groen belangrijk. Want door klimaatverandering wordt het warmer in de stad. “Op bepaalde plekken in de stad kan het zo warm worden dat het een negatief effect heeft op mensen. Dat noemen we hittestress. Meer groen of water kan daar een oplossing voor zijn.” Verder is er ruimte nodig voor huizen, voor extra kabels en leidingen om te zorgen dat de energievoorziening goed blijft.

Daarom maakten Hidde en zijn collega’s de  Netwerkstrategie 2040. Dat is een plan voor een nieuwe inrichting voor verkeer en vervoer in de stad. En wat daar de komende jaren voor nodig is. Met de netwerkstrategie, berekende Hidde en zijn collega’s, is er geen extra ruimte nodig voor de groeiende mobiliteit. Wat is er wel nodig? Kort samengevat betekent het dat vervoersmiddelen die per persoon minder ruimte innemen de groei van het verkeer zoveel mogelijk moeten gaan opvangen. Dit betekent inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Daarom wordt het verkeer anders ingericht: voetgangers krijgen meer de ruimte. De gemeente maakt fietsen makkelijker en veiliger. Het openbaar vervoer verbetert. “Doordat we veel bouwen in de buurt van treinstations en ov-haltes en zorgen dat voorzieningen zoals winkels, zorg of scholen op loop- en fietsafstand zijn hoeven toekomstige bewoners de auto ook minder te gebruiken.” In de stad komen meer plaatsen waar mensen kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. En voor wie echt de auto nodig heeft, blijven er goede verbindingen in en om de stad. Om te zorgen dat het verkeer voor iedereen veilig is, verlaagt de gemeente de maximumsnelheid op veel wegen van een maximum van 50- naar 30 kilometer per uur.

In 2025 konden inwoners en andere belanghebbenden reageren op de plannen. Uit de meeste reacties bleek dat zij begrijpen dat dit nodig is en dat zij dit plan steunen. Die reacties waren niet alleen van   bewoners maar ook van organisaties zoals de ANWB, Fietsersbond en bedrijven verenigd in The Hague Economic Board. De netwerkstrategie is meerdere keren besproken in de gemeenteraad en uiteindelijk  op 29 januari 2026 vastgesteld met een ruime meerderheid. De volgende stap is om een uitvoeringsprogramma te maken. Dat is een plan waarin staat aan welke projecten de gemeente moet werken om de netwerkstrategie uit te voeren en de stad verkeersveilig , leefbaar en bereikbaar te houden.

Meer informatie

Video thumbnail